Oudercontact – tips voor ouders

Voor het oudercontact

  • Bereid het oudercontact thuis voor. Dat kan met de Kijklijst van Klasse. Hierdoor kan je vergelijken of het beeld dat de leraar van je kind heeft hetzelfde is als het beeld dat jij hebt. Voor anderstalige ouders zijn er vertaalfiches in 9 talen.
  • Maak een lijstje met je vragen of bezorgdheden. Neem dit zeker mee en aarzel niet het te overlopen met de leraar. (Je kan een lijstje maken op je smartphone en dit gedurende het schooljaar aanvullen. Dringende zaken meld je uiteraard best op het moment dat ze zich voordoen.)
  • Meld het op voorhand als je wenst dat andere personen dan de klasleraar bij het gesprek aanwezig zijn, bv. de CLB-medewerker, zorgcoördinator, leerlingbegeleider…
  • Meld het op voorhand als je wil gebruik maken van een tolk.
  • Vraag aan je zoon/dochter of hij/zij een zorg heeft om te bespreken met de leraar.
  • Ook de praatkaartjes van Klasse zijn de moeite om vooraf te bekijken. Je vindt er tips over lichaamstaal, kritiek krijgen en geven…

Tijdens het oudercontact

  • Probeer meer te weten te komen dan de punten alleen. Hoe gedraagt je kind zich in de klas? Op de speelplaats? Welke voortgang wordt er geboekt? Welke evolutie is er te merken? Het oudercontact is er niet alleen om minder goede resultaten te bespreken!
  • Een oudercontact kan verschillende emoties teweegbrengen. Deze mag je gerust verwoorden.
  • Neem een positieve en open ingesteldheid aan. Laat je niet (mis)leiden door wat je van je zoon/dochter of van andere ouders hoorde.
  • Loopt het gesprek niet zoals je had gehoopt, dan kunnen volgende vragen je helpen:
    • Begrijp ik het goed dat…?
    • Wat kunnen we samen doen om dit aan te pakken?
    • Kan u daar een voorbeeld van geven?
    • Wat doet of zegt mijn kind dan precies?
    • Ik begrijp dat dit ernstig is, maar kan u toch ook iets positiefs vertellen?
    • U overvalt me met deze informatie. Kunnen we een nieuwe afspraak maken om dit te bespreken?
  • Probeer zoveel mogelijk concrete informatie te verkrijgen. Enkele voorbeelden:
    • “We zijn ongerust over zijn/haar zelfbeeld.” – Geldt dit voor alle leraren of zijn er vakken waar mijn kind zich wel goed lijkt te voelen? Wat doet of zegt hij/zij concreet dat de leraren ongerust maakt? Hoe kunnen we dit aanpakken?… 
    • “Hij/zij zal een tandje moeten bijsteken!” – Wat wordt er dan precies verwacht? Moet hij/zij langer studeren, meer oefeningen maken, beter meewerken in de les…? Hoe kan ik daarbij helpen? Waar vinden we extra oefeningen of informatie om te ondersteunen?
  • Herhaal de gemaakte afspraken. Bv. jij zal aangeven in de agenda wanneer het huiswerk maken moeilijk verliep, de leraar zal een medeleerling vragen samen de boekentas te maken op het einde van de schooldag…
  • Spreek af wanneer bekeken wordt of de gemaakte afspraken nagekomen werden, wat er lukte en wat bijgestuurd moet worden.
  • Overloop met de leraar welke boodschap je aan je kind kan geven over dit oudercontact.

Na het oudercontact

  • Verliep het oudercontact niet goed? Ventileer eerst bij een volwassene of laat het even bezinken vooraleer je er met je kind over praat.
  • Praat op een respectvolle manier over school en het onderwijs in het algemeen. Hierdoor geef je als ouder aan dat onderwijs voor jou belangrijk is. 
  • Vertel je kind welke stappen er genomen zullen worden om eventuele problemen aan te pakken. Kan je kind zich hierin vinden? Vertel wat jij zal doen om hem/haar te ondersteunen.
  • Vertel je kind wat er goed was. Focus niet alleen op de cijfers.
  • Vraag wat je kind zelf vindt van zijn/haar rapport.
  • Maak afspraken binnen je gezin (en met de grootouders) over het belonen van een goed rapport. De Gezinsbond geeft je stof tot nadenken.
  • Ouderbetrokkenheid is meer dan het oudercontact alleen. Praat ook over school op andere momenten. Toon interesse, moedig aan, luister naar je kind.